Zaai van wintergranen onder droge omstandigheden: Wachten of van start gaan

Gepubliceerd op  donderdag 8 okt 2026 om 09:32 uur
Na een droge zomer viel er in september ook nagenoeg geen neerslag. Veel percelen staan er dus begin oktober droog bij. Dit vraagt om aandacht bij het zaaien. Laat hierbij niet de kalender, maar de perceelsomstandigheden bepalen of het aangewezen is om te zaaien.

Zaaibedbereiding en bodemvocht

Goed zaaien is belangrijker dan vroeg zaaien. Voor wintergranen is er een ruime zaaiperiode mogelijk. Waardoor uitstel minder risico inhoudt dan te zaaien in een ongunstig zaaibed. Wat bijdraagt aan een goede kieming en opkomst. Op percelen met voldoende vocht is het geen enkel probleem om te zaaien. Bij een zeer droog zaaibed is het toch opletten.

BodembewerkingenBodembewerkingen
Er is dus voldoende vocht nodig voor een vlotte kieming. Volgens cijfers van Arvalis, Frankrijk is er op een droog zaaibed 20 mm neerslag nodig om de kieming voldoende op gang te brengen. Wanneer op enkele centimeters diepte nog restvocht aanwezig is, kan een iets diepere zaai helpen om dat vocht te benutten, mits een goede bodemstructuur. Om verdere uitdroging te vermijden is het belangrijk om onnodige werkgangen te vermijden. Een intensieve bewerking kan het beperkte bodemvocht namelijk verder doen verloren gaan. Een goed contact tussen zaad en bodem blijft essentieel.

Tegelijk blijft voorzichtigheid nodig. Wanneer het vocht zich te diep bevindt of de bodemstructuur minder gunstig is, mag een diepere zaai niet leiden tot een tragere of onregelmatige opkomst. Het blijft daarom belangrijk om perceelspecifiek te beoordelen waar voldoende vocht aanwezig is en de zaaidiepte daarop af te stemmen.

Wordt er toch gezaaid in een zeer droge bodem, dan kunnen de zaden in principe in rust blijven tot de neerslag. Het risico ontstaat dan als een beperkte hoeveelheid regen de kieming start, maar onvoldoende is voor een vlotte verdere ontwikkeling. Wat het risico verhoogt op een heterogene opkomst en meer concurrentie met onkruiden.

Opkomst wintergraan

Denk aan onkruiden

Ook najaarkiemende onkruiden, zoals duist, windhalm, raaigras en andere grassen, hebben nu ook niet kunnen kiemen. Zodra de regen valt, kan een massale kieming optreden. Op percelen met een hogedruk grassen blijven vals zaaibed en uitgestelde zaai voorbeelden van niet-chemische maatregelen.

Let op voor bladluizen en virus

Voor de percelen wintergerst en -tarwe die nog gezaaid moeten worden, kunnen de huidige omstandigheden ook voordelen bieden. Een iets latere zaai betekent doorgaans minder blootstelling aan bladluizen en dus lager risico op overdracht van het gerstvergelingsvirus. De reeds gezaaide wintergerst vraagt een goede opvolging naar bladluizen. Zeker nu we warmere omstandigheden hebben, mogen we veel activiteit van bladluizen verwachten. Hou daarvoor de tellingen van het LCG in de gaten via deze nieuwsbrief. Later zaaien kan niet alleen de blootstelling aan bladluizen beperken, maar ook voorkomen dat het gewas te ver ontwikkeld de winter ingaat.

Zaai van wintergraan
Ontwikkeld de winter in

Het is niet interessant om wintergranen te ver ontwikkeld te winter te laten ingaan, om verschillende redenen. Een warmer najaar leidt tot een fellere groei. Gewassen die te sterk ontwikkeld de winter ingaan, zijn vaak gevoeliger voor winterstress, bouwen gemakkelijker ziekten op en kunnen ook legeringsgevoeliger zijn. Die percelen vragen dan vaak meer opvolging.


Conclusie

De huidige droge en warme omstandigheden zijn niet een reden om vroeger te zaaien. Integendeel, voor zowel wintergerst als wintertarwe blijft het belangrijk om een evenwicht te houden tussen een tijdige en goede kieming en het vermijden van een te sterk ontwikkeld gewas vóór de winter.

Een iets latere zaai in goede omstandigheden kan dit najaar daarom ook voordelen hebben: een lagere virusdruk, een betere beheersing van grasonkruiden en een gewas dat de winter ingaat in een gunstig ontwikkelingsstadium.