Wintertarwe zaaien: meer zaaizaad is niet altijd beter

Gepubliceerd op  donderdag 8 okt 2026 om 10:57 uur
Nu de zaaiperiode voor wintertarwe stilaan nadert, is het interessant om stil te staan bij de zaaidichtheid. Een correcte zaaidichtheid legt mee de basis voor een regelmatig gewas en een goede opbrengst.

De afgelopen twee groeiseizoen voerden de LCG-partners Inagro en proefhoeve Bottelare (HOGENT/UGent) proeven uit op zowel zware als lichte grond. Daarbij werden verschillende zaaidichtheden vergeleken bij drie rastypes: een sterk uitstoelend ras, een ras met een gemiddeld uitstoelingsvermogen en een zwak uitstoelend ras. Zo kon worden nagegaan hoe zowel de zaaidichtheid als het uitstoelingsvermogen van het ras de opbrengst beïnvloeden. Bij elke proef werd voor alle zaaidichtheden dezelfde bemesting en teeltomstandigheden toegepast.

Resultaten verschillen volgens ras en perceel

Lichte grond

In Bottelare werden op lichte grond drie rassen uitgezaaid aan 150, 250 en 350 zaden per m². Gemiddeld werden respectievelijk 57, 98 en 132 planten per m² geteld. Ondanks deze duidelijke verschillen in plantdichtheid lagen de gemiddelde opbrengsten opvallend dicht bij elkaar: 9,8 ton per ha bij 150 en 250 zaden per m² en 10,1 ton per ha bij 350 zaden per m², afhankelijk van het stoelvermogen van het ras.


Zware grond

Op de zware kleigrond in Koksijde werd gezaaid op 10 oktober 2025. Daar werden zaaidichtheden van 200, 350 en 500 zaden per m² vergeleken. Bij 200 zaden per m² vormde het ras met een sterk uitstoelingsvermogen gemiddeld 726 aren per m², tegenover 646 bij het ras met een gemiddeld uitstoelingsvermogen en 588 bij het ras met een zwakke uitstoelingsvermogen. De proef bevestigt daarmee dat niet alleen de zaaidichtheid, maar ook de uitstoelingscapaciteit van het ras bepalend zijn voor de uiteindelijke gewasopbouw. Rassen met een sterk uitstoelingsvermogen kunnen een lagere standdichtheid immers beter compenseren door meer aren per plant te vormen. Een hogere zaaidichtheid leverde in Koksijde dus wel meer planten en doorgaans meer aren op, maar die stijging werd niet consequent omgezet in een hogere opbrengst. Voor twee van de drie rassen bleef de opbrengst op een vergelijkbaar niveau. Bij het sterkst uitstoelende ras daalde de gemiddelde opbrengst zelfs bij de hoge zaaidichtheden, al werd dit resultaat ook beïnvloed door legering.

Rasafhankelijke legering bij hoge zaaidichtheid

Stem de zaaidichtheid af op de omstandigheden

De proeven tonen vooral aan dat een succesvolle teelt wintertarwe niet start met een hoge plantdichtheid, maar bij een homogene gewasstand, zodat de planten zich verder vlot kunnen ontwikkelen. Doelstelling is om te streven naar zo’n 500 tot 600 productieve aren per m² bij oogst. 

  • Bij een vroege zaai in een goed voorbereid zaaibed kan een lagere zaaidichtheid vaak volstaan. Afhankelijk van het uitstoelingsvermogen van het ras hebben de planten dan voldoende tijd om uit te stoelen en open plaatsen op te vullen.
  • Bij een latere zaai wordt die compensatiemogelijkheid kleiner. Ook bij een grof of nat zaaibed, risico op verslemping, veel gewasresten of verwachte vraatschade is een hogere zaaidichtheid aan te raden om een voldoende hoge plantdichtheid te garanderen. 

Een gangbare richtlijn bedraagt ongeveer 200 tot 250 zaden per m² bij zaai in de eerste helft van oktober, oplopend tot ongeveer 300 à 350 zaden per m² bij zaai in de tweede helft van november en zwaardere grond. Dit blijven echter richtwaarden en moeten worden aangepast aan de lokale zaaiomstandigheden, het bodemtype, weersvoorspellingen,...

Raseigenschappen: Uitstoelingsvermogen

Ook de eigenschappen van het te zaaien ras is van belang. Sterk uitstoelende rassen kunnen een lagere beginstand beter compenseren. Zwakker uitstoelende rassen hebben eerder baat bij een voldoende hoge en regelmatige plantstand. Uit de proeven blijkt echter ook dat een hogere zaaidichtheid geen garantie biedt op een hogere opbrengst. Een te dicht gewas zorgt voor onderlinge concurrentie, verhoogde legeringsgevoeligheid en verhoging van de ziektedruk. Praktijkproeven bevestigen dat een verhoging van de zaaidichtheid niet altijd economisch rendeert. Stem de zaaidichtheid daarom af op het uitstoelingsvermogen van het gekozen ras en de omstandigheden van het perceel. Dit kan niet alleen zaaizaadkosten besparen, maar vermindert ook het risico op legering.

Zaai in korrels, niet in kilogram

Bereken de hoeveelheid zaaizaad steeds op basis van het duizendkorrelgewicht en de gewenste zaaidichtheid:

Zaaizaad (kg/ha) = gewenste zaden per m² × duizendkorrelgewicht (gram) ÷ 100

Bij 250 zaden per m² en een duizendkorrelgewicht van 48 gram komt dit bijvoorbeeld overeen met 120 kg zaaizaad per ha. Corrigeer indien nodig voor een lagere kiemkracht of een te verwachten lagere veldopkomst op basis van de omstandigheden.

Praktisch advies

Vertrek bij een vroege zaai in een fijn en voldoende aangedrukt zaaibed niet automatisch van de hoogste zaaidichtheid. Hou rekening met de zaaidatum, het ras, de bodemstructuur en de verwachte veldopkomst. Naarmate de zaai later gebeurt of de omstandigheden moeilijker worden, is een stapsgewijze verhoging wel aangewezen.




Gebaseerd op resultaten van het LCG-project ‘Het uitstoelingsvermogen van wintertarwe optimaal benutten’
Een samenwerking tussen Inagro en UGent/HOGENT Proefhoeve Bottelare