Het LCG-netwerk
In het verder gevorderd stadium van de wintertarwe werden de bladziekten niet langer op alle percelen beoordeeld. De locaties en de waargenomen bladziekten van deze week zijn weergegeven op volgende kaart:

Kaartlegende

| Groen = ziekte niet aanwezig; | Oranje = ziekte aanwezig; behandelingsdrempel niet bereikt; |
| Wit = ziekte niet waargenomen; | Rood = behandelingsdrempel bereikt; |
Geëvalueerde rassen (vetgedrukt zijn de waarnemingen in rassenproeven van het LCG-netwerk):
| Champion | Chevignon | Hybingo | Intensity |
| KWS Erruptium | LG Tomjol | Celebrity | Debian |
| Horizon | KWS Keitum | KWS Sabrum | KWS Sverre |
| Moschus | Pondor |
Ontwikkelingsstadium wintertarwe

Negen op de 10 tarwepercelen staan in bloei (BBCH 61 - 69). Op enkele percelen minder ver gevorderd, is de aar ¾ tot volledig verschenen (BBCH 57 en BBCH 59). Ongeveer 8 op de 10 percelen bevindt zich in de fase van melkrijping, van waterrijp (BBCH 71) tot midden melkrijp (BBCH75).
Samenvatting: Bladziekten wintertarwe
Uitgaande van de locaties waar nog een beoordeling van de bladziekten gebeurde, blijkt:
- Witziekte en gele roest niet meer uitgebreid.
- Bladseptoria verder uitgebreid te zijn. Op meerdere locaties is een behandeling tegen bladseptoria noodzakelijk.
- Bruine roest nog verder uitgebreid te zijn. Dit betekende een verdere toename van bestaande aantastingen alsook enkele nieuwe aantastingen. Op meerdere locaties is een behandeling tegen bruine roest nodig.
Na de aarbehandeling ligt de focus op bladluizen en graanhaantje. Deze werden op alle waarnemingspercelen geteld.
Wendy OdeursBladluizen
Wendy OdeursDe populatie bladluizen lijkt stabiel. Afhankelijk van het perceel worden er meer of minder bladluizen waargenomen, maar gemiddeld bleef dit stabiel. Het percentage halmen met minstens één bladluis bedroeg deze en vorige week respectievelijk 4 en 5%.
Gemiddeld is de behandelingsdrempel nog lang niet overschreden of bereikt. Op enkele percelen met 20% of meer bezette halmen is dit wel het geval. Controleer ook zeker de aar.
De meest gevoelige periode voor schade door bladluizen is de periode vanaf het in aar komen tot het begin van de afrijping van het graan. Vooral in de periode tussen de stadia “alle aren uit” en “einde bloei” kunnen de bladluizen schade aanrichten.
Schadedrempels waarbij een bladluisbestrijding rendabel is, als percentage van de halmen bezet met bladluizen (Bron: Bodemkundige Dienst van België):
- - begin aarstadium: ± 30%
- - aren 100% uit + stadium bloei: 20 tot 25%
- - begin waterrijpstadium: 30 tot 35%
- - begin deegrijpstadium: meer dan 35%
- - deegrijpstadium: meer dan 50%
Graanhaantje

Van het graanhaantje worden momenteel larven waargenomen. Deze werden minder waargenomen dan vorig week: 13 larven per 100 halmen in vergelijking met 19 larven per 100 halmen.
Ook voor het graanhaantje is de behandelingsdrempel niet bereikt.
In het gewasstadium “aar volledig uit” (stadium 59) bedraagt de drempel 1.5 larven per halm, met andere woorden 150 larven per 100 halmen.
Op foto hierlangs een voorbeeld van de larven van het graanhaantje en de vraatschade. Meer info over graanhaantjes en de schadedrempels.
Doorgaans vormt geen van beide plagen momenteelt een probleem of reden tot ingrijpen.
Aarfusarium
Het ideale tijdstip om te behandelen tegen aarfusarium is alle aren uit-vroege bloei. Er is enige marge tot midden bloei. Wanneer de aar is uitgebloeid, heeft een behandeling nog weinig zin. Het moment van bloeien is namelijk een toegangspoort voor aarfusarium. Deze groeifase vraagt dus bescherming.
Optimaal tijdstip voor de aarbehandeling. Klik om te vergroten.Dit is het laatste waarschuwingsbericht op basis van de waarnemingen in het netwerk van de LCG-partners.
Bedankt voor de interesse, en graag tot op één van onze proefveldbezoeken!

