In de week van negen maart plaatste Praktijkpunt Landbouw gele vangkommen op percelen verspreid over de provincie Vlaams-Brabant en in Merelbeke om de druk aan glans- en snuitkevers op te volgen. De uitzonderlijk hoge temperaturen van de afgelopen weken hebben de ontwikkeling van het koolzaad een ferme duw in de rug gegeven. De waarnemingen zijn daarom een week vroeger opgestart om tijdig advies te kunnen geven.
De koolzaadglanskever is de meest voorkomende keversoort in het voorjaar. De adulten zijn ongeveer 2 mm lang en te herkennen aan de ovale vorm, zwarte metaalglanzend kleur en de knotsvormige voelsprieten. Vanaf een grondtemperatuur van 9°C komt de soort uit de grond en vliegt hij naar de bloemknoppen van kruisbloemigen (waaronder koolzaad) om er voeding te vinden en om zijn eieren in af te leggen. Aangetaste bloemknoppen vallen af en ontwikkelen niet tot een hauw. Lichte schade kan getolereerd worden, want koolzaad maakt ongeveer 20% meer bloemen aan dan nodig voor een maximale opbrengst.
De foto hieronder toont schade waargenomen in Merelbeke op dinsdag. Schade komt momenteel echter zelden voor.

Om behandelingsadvies te kunnen geven zijn schadedrempels vastgelegd (bron: Terres Inovia):
| Groeistadium | Te tolereren aantal kevers per plant bij een goede gewasstand |
Bloemknoppen samen (BBCH 50-53) | Geen interventie noodzakelijk, wacht op uiteenlopen bloemknoppen |
Bloemknoppen uiteen (BBCH 55-59) | 6 - 9 |

Een koolzaadglanskever op nog samenhangende bloemknoppen

Insecticide wordt doorgaans toegepast samen met de groeiregulator. Als de groeiregulatie al is toegepast, wacht je beter tot het bericht van volgende week om te weten of apart uitrijden voor een insecticidebehandeling nuttig is.
Het is tenslotte afwachten hoe het weer de komende dagen evolueert. Bij nat, schraal weer zoals de afgelopen dagen verstoppen de kevers zich en zijn ze minder actief. Als de temperaturen opnieuw stijgen, kan het aantal vluchten verder toenemen en boven de schadedrempel uitkomen.
Voor vragen of meer info kan je terecht bij:
Mathijs Hast
Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant

