Koolzaadbericht 1: Warme weken geven koolzaad én kever vleugels

Gepubliceerd op  woensdag 11 mrt 2026 om 11:21 uur

In de week van negen maart plaatste Praktijkpunt Landbouw gele vangkommen op percelen verspreid over de provincie Vlaams-Brabant en in Merelbeke om de druk aan glans- en snuitkevers op te volgen. De uitzonderlijk hoge temperaturen van de afgelopen weken hebben de ontwikkeling van het koolzaad een ferme duw in de rug gegeven. De waarnemingen zijn daarom een week vroeger opgestart om tijdig advies te kunnen geven. 

De koolzaadglanskever is de meest voorkomende keversoort in het voorjaar. De adulten zijn ongeveer 2 mm lang en te herkennen aan de ovale vorm, zwarte metaalglanzend kleur en de knotsvormige voelsprieten. Vanaf een grondtemperatuur van 9°C komt de soort uit de grond en vliegt hij naar de bloemknoppen van kruisbloemigen (waaronder koolzaad) om er voeding te vinden en om zijn eieren in af te leggen. Aangetaste bloemknoppen vallen af en ontwikkelen niet tot een hauw. Lichte schade kan getolereerd worden, want koolzaad maakt ongeveer 20% meer bloemen aan dan nodig voor een maximale opbrengst.

De foto hieronder toont schade waargenomen in Merelbeke op dinsdag. Schade komt momenteel echter zelden voor.

 

Om behandelingsadvies te kunnen geven zijn schadedrempels vastgelegd (bron: Terres Inovia):

GroeistadiumTe tolereren aantal kevers per plant bij een goede gewasstand

Bloemknoppen samen (BBCH 50-53)

Geen interventie noodzakelijk, wacht op uiteenlopen bloemknoppen

Bloemknoppen uiteen (BBCH 55-59)

6 - 9
 
Momenteel bevinden alle planten van het hoofdras op de gemonitorde percelen zich nog in groeistadia 51-53. Voor een interventie is dus het nog te vroeg. Pas bij het uiteenlopen van de bloemknoppen is een behandeling nuttig.
 

Een koolzaadglanskever op nog samenhangende bloemknoppen
 
Momenteel tellen we gemiddeld gezien maximaal 2 kevers per plant op het hoofdras, zoals te zien op de figuur hieronder. Rond Leuven ligt de keverdruk opmerkelijk hoger (Herent, Holsbeek en Bertem). Maar ook daar zitten we nog ruim onder de schadedrempel van 6 tot 9 kevers per plant.
 
 
 
Waar een vroeg ras is ingemengd, staan die vroegbloeiers al in een verder stadium (BBCH 55-59). Die planten steken hoger uit en zijn aantrekkelijker voor de kevers dan de minder ontwikkelde planten, wat in de cijfers reflecteert. Een vroeg bloeiend ras inmengen - meestal 1% van de totale hoeveelheid - is een verzekering die in seizoenen van hoge druk zoals dit jaar zijn nut bewijst. Deze vangen de kevers af, om de opbrengst van het hoofdras te garanderen.
 
Algemeen behandelen is nog niet nodig. Een uitzondering kan gemaakt worden voor gevoelige percelen die slecht de winter zijn uitgekomen én waar geen vroeg ras is ingemengd. Als daar meer dan één kever per plant wordt waargenomen, is behandelen aangewezen.

Insecticide wordt doorgaans toegepast samen met de groeiregulator. Als de groeiregulatie al is toegepast, wacht je beter tot het bericht van volgende week om te weten of apart uitrijden voor een insecticidebehandeling nuttig is.

Het is tenslotte afwachten hoe het weer de komende dagen evolueert. Bij nat, schraal weer zoals de afgelopen dagen verstoppen de kevers zich en zijn ze minder actief. Als de temperaturen opnieuw stijgen, kan het aantal vluchten verder toenemen en boven de schadedrempel uitkomen.

Volgend bericht: vrijdag 20/3
 

Voor vragen of meer info kan je terecht bij:

Mathijs Hast

Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant

mathijs.hast@vlaamsbrabant.be