Deze eerste week van november evalueerden de partners van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen de bladluisdruk in de wintergranen een vierde keer.
Waarnemingen werden gedaan op 20 percelen: 16 percelen wintergerst en 4 percelen wintertarwe. Dit gebeurde op volgende locaties::
- Limburg: Eigenbilzen, Gingelom, Hoepertingen, Piringen, Riemst en Rutten
- Vlaams-Brabant: Asse, Bekkevoort, Herent, Holsbeek, Kumtich, Lennik, Steenokkerzeel en Vissenaken
- West-Vlaanderen: Gistel, Helkijn, Houtem, Koksijde en Zuienkerke
Tabel: Waarnemingen bladluizen onbehandelde wintergerst - Klik om te vergrotenDe wintergerst werd gezaaid tussen 21 september en 15 oktober. Ongeveer de helft van deze percelen bevindt zich in stadium “2 blad” (BBCH12). Het vroegst gezaaide perceel, zaai 26 september, heeft “begin uitstoeling” (BBCH 21) bereikt. Percelen gezaaid na 10 oktober, bevinden zich in stadium “1e blad ontvouwen” (BBCH11).
De gemiddelde bezettingsgraad bladluizen bedraagt momenteel 4.3 %. In vergelijking met vorige week is dit een lichte daling tot status-quo. Dit percentage plantjes bezet met minstens één bladluis varieert tussen 0.5 en 10 %. De situatie kan sterk verschillen. In regio Bekkevoort bleek een opmerkelijke afname terwijl op perceelsniveau af en toe ook een lichte stijging bleek. Gemiddeld wordt 1 bladluis per plantje waargenomen.
Op dit moment wordt nog steeds gekeken naar de behandelingsdrempel van 10 % planten bezet met minstens één bladluis. Hiervan uitgaande moet in het netwerk slechts 1 op de 14 percelen behandeld worden. Het is dus zeker niet nodig om alle percelen te behandelen. Het is duidelijk dat er eerst op perceelsniveau moet geteld worden en bepaald worden of een behandeling nodig is.
Op de enkele percelen wintergerst die behandeld werden, is de druk maximaal 0.5%. De vroegste behandeling gebeurde hier op 26 oktober.
Bij een tolerant ras ligt het risico op opbrengstschade door dwergvergelingsvirus lager. De klassieke behandelingsdrempel van 10% is voornamelijk gericht op gevoelige rassen. Ook in tolerante rassen blijft opvolging nuttig, omdat bij een hoge bladluisdruk nog steeds zuigschade kan optreden, maar niet vanwege het risico op dwergvergeling.
Tabel: Waarnemingen bladluizen wintertarwe - klik om te vergroten
Het weer blijft stabiel en kalm de volgende dagen. Tot begin volgende week blijven regen en wind niet belangrijk. Het blijft aan de frisse kant, zowel overdag als ’s nachts. Deze frisse temperaturen beperken de activiteit van de bladluizen.
Zelf controleren op bladluizen
- Loop verspreid over het perceel en controleer minstens 200 planten.
- Kijk per plant goed tussen en onder de bladeren, in de bladoksels en onderaan de stengel. Tel alleen levende bladluizen.
- Noteer op hoeveel planten je minstens één bladluis vindt.
- Bereken het percentage aangetaste planten: aantal planten met bladluizen ÷ aantal gecontroleerde planten × 100.
- Vanaf 10% aangetaste planten is de behandelingsdrempel bereikt. Bij 200 gecontroleerde planten betekent dit dus 20 planten met minstens één bladluis.
Voorbeeld: 24 van de 200 planten hebben 1 of meer bladluizen → 12% → behandelingsdrempel overschreden.
Volgend bericht: 12 november

