Bladluizen wintergranen

Toestand 9-11 maart

Gepubliceerd op  woensdag 11 mrt 2026 om 17:00 uur
Het beeld van de bladluisdruk is vergelijkbaar met vorige week. De meeste bladluizen worden in de wintergerst gevonden. Door de verspreide aanwezigheid moet de beslissing om te behandelen perceel per perceel genomen worden. Dit doe je door een correcte waarneming, verspreid over het perceel.



Tussen 9 en 11 maart zorgden de partners van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen voor een tweede evaluatie van de bladluisdruk na de winter. Er werden bladluistellingen uitgevoerd op 28 percelen.

Waarnemingen gebeurden op 19 percelen wintergerst en 9 percelen wintertarwe op volgende locaties:

  • West-Vlaanderen: Gistel, Helkijn, Houtave, Houtem, Koksijde, Poperinge, Zwevegem en Zuienkerke
  • Oost-Vlaanderen: Oosterzele, Merelbeke
  • Vlaams-Brabant: Asse, Bekkevoort, Herent, Holsbeek, Steenokkerzeel en Vissenaken
  • Limburg: Brustem, Heers, Jeuk, Riemst, Rutten, Tongeren en Wellen.

Wintergerst

Het merendeel van de gerst bevindt zich in het stadium van einde uitstoeling en begin oprichten. Eén perceel heeft stadium 1e knoop bereikt (meer info over groeistadia).

Op de onbehandelde percelen is het gemiddeld percentage bezette planten vergelijkbaar met vorig week. Gemiddeld is 3 % van de planten bezet met minstens één bladluis (vorige week 3.3 %). Het hoogste percentage bezette planten bedraagt 7.3 % en werd genoteerd in Helkijn waar ook een stijging in vergelijking met vorige week werd waargenomen.

Ook op de percelen die voor de winter wel behandeld werden, is het gemiddelde beeld vergelijkbaar met vorige week. Gemiddeld 1.2 % van de planten is bezet met minstens één bladluis, gaande van 0.3 tot 2.0 %. Het perceel in Sint-Niklaas dat vorige week een hoge aantasting toonde werd deze week niet opnieuw geëvalueerd.  

Wintergerst - onbehandeld (Klik om te vergroten)
Wintergerst - behandeld (Klik om te vergroten)
 


Informatie over de tolerantie van gerstvariëteiten is te vinden bij de informatie van het LCG-rassenonderzoek.

Wintertarwe

De wintertarwe die wordt opgevolgd is nog aan het uitstoelen en begint ook op te richten. Op deze percelen is er niets veranderd ten opzichte van vorige week. Zowel op de behandelde als de onbehandelde percelen wintertarwe werden geen bladluizen waargenomen.  

Conclusies

De bladluispopulaties zijn niet volledig verdwenen tijdens de winter maar de bladluizen zijn ook niet alomtegenwoordig. De aanwezigheid en de druk van de bladluizen is perceelsafhankelijk.  

Op het einde van de winter, in het voorjaar, wordt een bladluisbehandeling aanbevolen vanaf het ogenblik dat er levende bladluizen aanwezig zijn, ongeacht hun aantal.

Zoals vorige week moet dus besloten worden dat niet overal behandeld moet worden. Een behandeling moet perceel per perceel bekeken worden. Hiervoor is een correcte waarneming essentieel. Doe dit verspreid over het perceel.