Waarnemingen gebeurden op 24 percelen wintergerst en 7 percelen wintertarwe en 1 perceel triticale, op volgende locaties:
- West-Vlaanderen: Gistel, Helkijn, Houtave, Houtem, Koksijde, Zwevegem en Zuienkerke
- Oost-Vlaanderen: Oosterzele, Sint-Niklaas
- Vlaams-Brabant: Asse, Bekkevoort, Herent, Holsbeek, Tienen, Steenokkerzeel en Vissenaken
- Limburg: Brustem, Heers, Jeuk, Riemst, Rutten, Tongeren en Wellen.
Wintergerst
Het merendeel van de gerst bevindt zich in het stadium van einde uitstoeling. Enkele percelen hebben “oprichten” bereikt (meer info over groeistadia).
Op de onbehandelde percelen is gemiddeld 3.3 % van de planten bezet met minstens één bladluis, gaande van 0 tot 11.5 % bezette planten.
Op de percelen die voor de winter wel behandeld werden, is gemiddelde 1.5 % van de planten bezet met minstens één bladluis. Op deze percelen situeerde dit percentage zich hoofdzakelijk tussen 0 en 3.5% met een uitschieter van 8 % bezette planten in Sint-Niklaas.
Wintergerst - onbehandeld (Klik om te vergroten)
Wintergerst - behandeld (Klik om te vergroten)Informatie over de tolerantie van gerstvariëteiten is te vinden bij de informatie van het LCG-rassenonderzoek.
Wintertarwe
De wintertarwe die wordt opgevolgd is nog aan het uitstoelen en begint op enkele percelen op te richten. Zowel op de behandelde als de onbehandelde percelen wintertarwe werden geen bladluizen waargenomen.
Op het perceel triticale in Sint-Niklaas is 2 % van de planten bezet met minstens één bladluis.
Wintertarwe - onbehandeld (Klik om te vergroten)Conclusies
De bladluispopulaties zijn dus niet volledig verdwenen tijdens de winter. Slechts op 13 van de 32 waarnemingspercelen werden geen bladluizen waargenomen bij deze eerste waarneming.
Op het einde van de winter, in het voorjaar wordt een bladluisbehandeling aanbevolen vanaf het ogenblik dat er levende bladluizen aanwezig zijn, ongeacht hun aantal.
Dit betekent dat momenteel niet overal behandeld moet worden maar dat het perceel per perceel moet bekeken worden. Gezien de positieve weersvoorspellingen, kalm weer zonder nachtvorst en maxima boven 10 °C tot midden maart, is een goede monitoring noodzakelijk.
De bladluispopulaties zijn niet verdwenen. Op het merendeel van de percelen worden bladluizen waargenomen. Het voorspelde kalme, zachte weer is gunstig voor de bladluizen. Een degelijke opvolging van de graanpercelen is noodzakelijk.
Project met financiële steun van de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving
De LCG-Graanberichten komen tot stand door medewerking van volgende partners van het LCG-Vlaanderen:
- Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving
- Inagro vzw, afdeling Akkerbouw, te Rumbeke-Beitem
- Bodemkundige Dienst van België, te Leuven-Heverlee
- Universiteit Gent, faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, vakgroep plant en gewas, te Gent
- vzw PIBO Campus en het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO), te Tongeren
- Lodewijk Maekeblijde College, Land- en Tuinbouw, te Poperinge
- Land- en Tuinbouwcentrum Waasland (LTCW), Biotechnische & Sport, te Sint-Niklaas
- Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant vzw
- Gemeentelijke Technische Tuinbouwschool te Merchtem
Volgend bericht: 11 maart

