Bladluizen wintergranen

Toestand 3-5 november

Gepubliceerd op  woensdag 5 nov 2025 om 15:32 uur
Zoals verwacht is de druk toegenomen t.o.v. vorige week. De interventiedrempel wordt vaker overschreden, maar er is geen algemeen advies tot behandelen. Een goede opvolging daarentegen is essentieel. De aanhoudende zachte en rustige weersomstandigheden maken verdere uitbreiding zeer waarschijnlijk.


In de eerste week van november evalueerden de partners van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen de bladluisdruk op 26 percelen.

Waarnemingen gebeurden op 21 percelen wintergerst en 5 percelen wintertarwe, op volgende locaties:

  • West-Vlaanderen: Gistel, Helkijn, Houtave, Houtem, Koksijde, Poperinge, Zuienkerke en Zwevegem
  • Vlaams-Brabant: Asse, Bekkevoort, Herent, Holsbeek, Lennik, Tienen, Steenokkerzeel en Vissenaken
  • Limburg: Brustem, Heers, Jeuk, Riemst, Rutten, Tongeren en Wellen

Wintergerst

De percelen wintergerst zijn gezaaid tussen 27 september en 15 oktober. De gerst staat op het merendeel van deze percelen in stadium 2- tot 3-blad. (meer info over groeistadia). 

Onbehandeld

Tabel: Waarnemingen bladluizen onbehandelde wintergerst - Klik om te vergroten
Op de 16 onbehandelde percelen is gemiddeld 6.9 % van de planten bezet met minstens één bladluis, gaande van geen bladluizen tot 22.8 % bezette planten. Zoals verwacht, is de bladluisdruk opnieuw toegenomen door de zachte en rustige weersomstandigheden. Dit blijkt uit het percentage bezette planten maar ook door het gemiddeld aantal bladluizen per plantje. Gemiddeld worden 2 bladluizen per plantje gevonden en maximaal zelfs tot 12 bladluizen per plantje.

Behandeld

Op de behandelde gerstpercelen is de aanwezigheid nog steeds beperkt.

Informatie over de tolerantie van gerstvariëteiten is te vinden bij de informatie van het LCG-rassenonderzoek.


Wintertarwe

Tabel: Waarnemingen bladluizen wintertarwe - klik om te vergroten
De wintertarwe die werd gecontroleerd, is gezaaid tussen 10 en 17 oktober en staat in 1-blad. Op deze percelen is gemiddeld 3.3 % van de planten bezet met minstens één bladluis. De bezetting van de wintertarwe varieert tussen 0.8 en 7.3 % van de planten. Ook in de wintertarwe worden al gemiddeld 2 bladluizen per plantje waargenomen.  



In het najaar gaan we uit van een interventiedrempel van 10 % planten bezet met minstens één bladluis. Deze drempel is momenteel op meerdere percelen overschreden. Toch mag de nood tot behandelen niet veralgemeend worden. Op 10 van de 16 onbehandelde gerstpercelen is de drempel immers niet overschreden.

Het aanhoudende zachte en rustige weer is echter zeer gunstig en maakt een verdere uitbreiding zeer waarschijnlijk.

Door de waargenomen uitbreiding en de gunstige omstandigheden is een goede opvolging essentieel.

Tellingen gebeuren bij voorkeur tijdens de warmste uren van de dag. Doe dit nauwkeurig, aan boven- én onderkant van de bladeren, over het ganse plantje tot tegen de grond. 


Tijdens de waarnemingen werden ook cicaden waargenomen. Deze insecten kunnen ook een virus overdragen, namelijk het Wheat Dwarf Virus. Ondanks de naam doet vermoeden, kan dit virus zowel gerst als tarwe aantasten. Dit virus geeft gelijkaardige symptomen als het dwergvergelingsvirus (BYDV), weliswaar in kleinere plekken, maar visueel moeilijk te onderscheiden van BYDV. BYDV-tolerante of -resistente rassen kunnen wel aangetast worden door dit virus.

Volgend bericht: 13 november