Bladluizen wintergranen

Toestand 28-29 oktober

Gepubliceerd op  donderdag 31 okt 2024 om 08:00 uur
De zachte temperaturen en de kalmere weersomstandigheden zijn gunstig voor de bladluizen. De aantasting breidde afgelopen week verder uit. Alle percelen wintergranen moeten grondig gecontroleerd en opgevolgd worden!


Op 28 en 29 oktober werd door de partners van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen de bladluisdruk geëvalueerd. Deze week kon bovendien een eerste evaluatie van wintertarwe en op behandelde percelen wintergerst gebeuren.  

Anja Verstraete - L&V Vlaamse Overheid
Waarnemingen gebeurden op 29 percelen, 24 percelen wintergerst en 5 percelen wintertarwe, op volgende locaties:

  • West-Vlaanderen: Houtave, Houtem, Helkijn, Proven, Zuienkerke, Zwevegem
  • Vlaams-Brabant: Bekkevoort, Bierbeek, Hakendover, Lennik, Steenokkerzeel, Tienen, Winksele
  • Limburg: Jeuk, Heks, Herderen, Koninksem, Mielen-boven-Aalst, Nerem, Piringen, Rijkel, Ulbeek

Wintergerst

De gerstpercelen zijn gezaaid tussen 20 september en 13 oktober. Op het merendeel van de percelen bevindt de gerst zich in stadium 2- en 3-blad, met het zwaartepunt bij stadium 3-blad. Er zijn nog enkele percelen in stadium 1-blad, terwijl op het vroegst gezaaide perceel stadium 5-blad bereikt is.

Klik om te vergroten

Onbehandeld

Op de onbehandelde percelen wintergerst is gemiddeld 14 % van de plantjes bezet met minstens één bladluis, gaande tot zelfs 42.5 % bezette planten. De populatie bladluizen breidde afgelopen week dus duidelijk verder uit. Uitgezonderd de percelen in Limburg werd overal een toename van het percentage bezette planten vastgesteld. In het waarnemingsnetwerk is op 59 % van de onbehandelde gerstpercelen de behandelingsdrempel bereikt, weliswaar met regionale verschillen.

Alle niet-behandelde percelen moeten dus grondig gecontroleerd worden en behandeld worden zodra de drempel van 10 % planten bezet met minstens één bladluis bereikt is. Wanneer de drempel nog niet bereikt is, moet nog niet behandeld worden maar moet de populatie consequent worden opgevolgd, zeker gezien de weersvoorspellingen. 

Behandeld

De behandelde percelen wintergerst in het waarnemingsnetwerk werden behandeld tussen 24 en 26 oktober. Op deze percelen worden nog bladluizen waargenomen, weliswaar in verschillende mate. De erkende middelen kunnen de teelt geen volledig najaar beschermen. Daarom moeten ook behandelde percelen na 7 à 10 dagen opnieuw gecontroleerd en opgevolgd worden. 

Wintertarwe

Het aantal geëvalueerde percelen wintertarwe is eerder beperkt, maar ook daar blijkt de algemene aanwezigheid van de bladluizen. Op deze percelen werd de tarwe gezaaid tussen 12 en 17 oktober en bevindt de tarwe zich doorgaans in stadium 1-blad met een enkel perceel in stadium 2-blad.

Klik om te vergroten
Op 1 van de 5 percelen werd de interventiedrempel van 10 % planten bezet met minstens één bladluis ook al bereikt. Ook de wintertarwe moet net als de onbehandelde wintergerst gecontroleerd worden en behandeld worden als 10 % van de planten bezet is met minstens één bladluis. Indien minder dan 10 % aangetaste planten moet de teelt verder opgevolgd worden. 

De waarnemingen tonen een verdere toename van de bladluisdruk, mits enkele regionale verschillen. Alle percelen wintergranen, zowel de wintergerst als de wintertarwe, moeten van nabij opgevolgd worden, zeker gezien de gunstige weersvoorspellingen. Ook de behandelde percelen moeten na een week opnieuw gecontroleerd en opgevolgd worden. 


De interventiedrempel ligt momenteel op 10 % planten bezet met minstens één bladluis.


Klik hier om erkende producten en hun toepassingen te raadplegen in gewasbeschermingsapplicatie van Inagro.

Volgend bericht: 7 november