De bladluizen kunnen nu bij gunstige omstandigheden (warm en droog) snel in aantal toenemen, met risico op minopbrengst. Enerzijds door zuigschade, met een lager duizendkorrelgewicht tot gevolg. Anderzijds door de afscheiding van honingdauw, waar roetdauwschimmels zich kunnen ontwikkelen.
De gevleugelde bladluizen migreren in het voorjaar naar tarwe. Via ongeslachtelijke voortplanting kunnen vervolgens in korte tijd gekoloniseerde aren met tientallen luizen ontstaan. Omdat uitbraken vaak plaatselijk zijn en moeilijk te voorspellen, is regelmatige waarneming in het veld cruciaal. De timing om de bladluizen op te volgen is relevant vanaf aarvorming tot melkrijp stadium.
Schadedrempel
De schadedrempel voor onze regio is bepaald per groeistadium (zie onderstaande tabel). De aanwezigheid opvolgen kan door bij voorkeur op 20 willekeurige plaatsen 5 aren, dus in totaal 100 aren, te controleren om een correct beeld van de aantasting te krijgen. Let ook op natuurlijke vijanden: larven van lieveheersbeestjes, zweefvliegen en gaasvliegen en volwassen sluipwespen.
| Gewasstadium | % aren met 1 of meer bladluizen |
| begin aarstadium | ± 30% |
| aren 100% uit + stadium bloei | 20-25% |
| begin waterrijpstadium | 30-35% |
| begin deegrijpstadium | >35% |
| deegrijpstadium | >50% |
Natuurlijke vijanden
Meestal blijft de populatie bladluizen echter onder deze grens, dankzij de aanwezigheid van natuurlijke vijanden. Dit is te zien in onderstaande grafiek van tellingen in 2009. De aanwezigheid bladluizen neemt gestaag toe, maar ook de natuurlijke vijanden ontwikkelen zich. Waarna het aantal bladluizen afneemt door predatie van natuurlijke vijanden.
Bladluizen vs Natuurlijke vijandenNatuurlijke vijanden voor bladluizen:
Sluipwesp | Larve zweefvlieg |
Larve gaasvlieg | Larve lieveheersbeestje |
Behandeling
Is een behandeling toch nodig, dan volstaat een pyrethroïde-insecticide, mits correct toegepast. Voor een goede werking van de middelen is een minimale spuitvolume van 250 l/ha aanbevolen voor een goede bedekking. Hou ook rekening met de wachttermijnen. Behandel voor het melkrijpe stadium (BBCH 75). Er na is er geen enkel economisch voordeel meer om te behandelen.
Raadpleeg hier alle erkende middelen ter bestrijding van bladluizen in wintertarwe
Hoewel de schadedrempel meestal niet wordt overschreden, blijft waakzaamheid nodig. De percelen opvolgen is de beste manier om tijdig in te grijpen en schade door bladluizen op de aren van tarwe te beperken.





