Bladluizen op de tarwe aren: alertheid tot melkrijpe stadium

Gepubliceerd op  woensdag 11 jun 2025 om 15:35 uur
Op de aren van tarwe worden in bepaalde regio’s bladluizen waargenomen. Doordacht handelen is essentieel, hou rekening met de schadedrempels en het gewasstadium.

De bladluizen kunnen nu bij gunstige omstandigheden (warm en droog) snel in aantal toenemen, met risico op minopbrengst. Enerzijds door zuigschade, met een lager duizendkorrelgewicht tot gevolg. Anderzijds door de afscheiding van honingdauw, waar roetdauwschimmels zich kunnen ontwikkelen.

De gevleugelde bladluizen migreren in het voorjaar naar tarwe. Via ongeslachtelijke voortplanting kunnen vervolgens in korte tijd gekoloniseerde aren met tientallen luizen ontstaan. Omdat uitbraken vaak plaatselijk zijn en moeilijk te voorspellen, is regelmatige waarneming in het veld cruciaal. De timing om de bladluizen op te volgen is relevant vanaf aarvorming tot melkrijp stadium.

Schadedrempel

De schadedrempel voor onze regio is bepaald per groeistadium (zie onderstaande tabel). De aanwezigheid opvolgen kan door bij voorkeur op 20 willekeurige plaatsen 5 aren, dus in totaal 100 aren, te controleren om een correct beeld van de aantasting te krijgen. Let ook op natuurlijke vijanden: larven van lieveheersbeestjes, zweefvliegen en gaasvliegen en volwassen sluipwespen.

Gewasstadium% aren met 1 of meer bladluizen
begin aarstadium± 30%
aren 100% uit + stadium bloei20-25%
begin waterrijpstadium30-35%
begin deegrijpstadium>35%
deegrijpstadium>50%

Natuurlijke vijanden

Meestal blijft de populatie bladluizen echter onder deze grens, dankzij de aanwezigheid van natuurlijke vijanden. Dit is te zien in onderstaande grafiek van tellingen in 2009. De aanwezigheid bladluizen neemt gestaag toe, maar ook de natuurlijke vijanden ontwikkelen zich. Waarna het aantal bladluizen afneemt door predatie van natuurlijke vijanden.

Bladluizen vs Natuurlijke vijandenBladluizen vs Natuurlijke vijanden

Natuurlijke vijanden voor bladluizen:

SluipwespSluipwesp
Larve zweefvliegLarve zweefvlieg
Larve gaasvliegLarve gaasvlieg
Larve lieveheersbeestjeLarve lieveheersbeestje

Behandeling

Is een behandeling toch nodig, dan volstaat een pyrethroïde-insecticide, mits correct toegepast. Voor een goede werking van de middelen is een minimale spuitvolume van 250 l/ha aanbevolen voor een goede bedekking. Hou ook rekening met de wachttermijnen. Behandel voor het melkrijpe stadium (BBCH 75). Er na is er geen enkel economisch voordeel meer om te behandelen.

Raadpleeg hier alle erkende middelen ter bestrijding van bladluizen in wintertarwe

Hoewel de schadedrempel meestal niet wordt overschreden, blijft waakzaamheid nodig. De percelen opvolgen is de beste manier om tijdig in te grijpen en schade door bladluizen op de aren van tarwe te beperken.