Proefresultaten ziektebestrijding in combinatie met rassenkeuze wintertarwe '25

De doelstelling van deze proefopzet is om

  1. de doeltreffendheid van de fungicideschema’s te vergelijken
  2. moment van toepassing te evalueren
  3. aan te tonen dat een fungicideschema afhankelijk is van de ziektegevoeligheid van de variëteit

Er werden in 2025 vier ziektebestrijdingsproeven aangelegd:

  • Oost-Vlaanderen - Bottelare
  • West-Vlaanderen - Koksijde
  • Vlaams-Brabant - Sint-Martens-Lennik
  • Limburg - Tongeren

Bij de interpretatie van de proefresultaten dient rekening gehouden te worden met de weergegeven ziektedruk per variëteit in de proeven. Het resultaat van een welbepaalde behandeling hangt immers in belangrijke mate af van de aanwezige ziektedruk (type schimmel, tijdstip van de infectie en bezettingsgraad).

Behandelingen

BehandelingenTijdstip
1 behandeling aarschuiven
2 behandelingen (A)voorlaatste blad
aarschuiven
2 behandelingen (B)laatste blad
bloei
3 behandelingen1e - 2e knoop
voorlaatste blad
aarschuiven

Resultaten

Opbrengst

Er zijn duidelijke opbrengstverschillen tussen de rassen. De laagste opbrengst wordt vastgesteld bij de onbehandelde objecten, met een stijging naarmate het aantal behandelingen toeneemt. De vraag blijft echter of deze extra behandelingen ook economisch rendabel zijn. De nadruk ligt dus op de relatieve verschillen, met name de meeropbrengst ten opzichte van onbehandeld.


Meeropbrengst t.o.v. onbehandelde

De meeropbrengst ten opzichte van de onbehandelde neemt toe naarmate het schema intensiever wordt. Met een grootste effect in de gevoelige variëteit, tot 1700 kg/ha als er 3 keer behandeld wordt. In de tolerante variëteit is de meeropbrengst lager, van 380 kg/ha tot 790 kg/ha van 1 keer tot 3 keer behandelen. Meer behandelen betekent echter ook meer kosten, die moeten opwegen tegen de behaalde meeropbrengst.


Ziektebeoordeling

De opbrengstverschillen kunnen aangetoond worden door de ziektebeoordelingen. Er zijn duidelijke verschillen tussen de rassen in gevoeligheid. De gevoelige variëteit vertoonde afgelopen seizoen duidelijke aanwezigheid van bruine roest (score 5,3), gele roest (6,5) en bladvlekkenziekte (6,9). Terwijl de tolerante variëteit veel minder tot amper symptomen vertoonde voor de drie ziektes, met hogere scores: 7,6 voor bladvlekken, 8,2 voor bruine roest en 8,8 voor gele roest.

Tijdig starten met behandelen, in voorlaatste blad (VB-1), toonde een meerwaarde ter bestrijding van gele roest, vooral in het gevoelige ras. Dit blijkt cruciaal, maar met oog voor de gulden middenweg. Dus niet té vroeg, en niet té laat behandelen. Van zodra de eerste behandeling is geplaatst, moet men om de 3-4 weken herhalen, om de werking van de middelen te blijven garanderen.


Financieel effect

De oranje lijn op de grafiek toont het financieel rendement, uitgedrukt als volgende berekening: Saldo = baten (opbrengst x marktprijs) - kosten (Product en toepassing).

Het saldo bij het gevoelige ras is het hoogste als er 3 keer behandeld wordt. Dit type vraagt een intensief schema om het volledige potentieel te benutten. Wat afgelopen seizoen, met lage ziektedruk en goede opbrengsten, lager komt dan 1 keer behandelen in de tolerante variëteit. Bij het tolerante ras volstond één gerichte behandeling om een meerwaarde te realiseren. Twee behandelingen betekent twee keer de kost van behandeling, voor een beperktere meeropbrengst, met een lichte daling van het saldo tot gevolg. 


Conclusies

In deze proef is er een gevoelige en een tolerante variëteit uitgezaaid. Het gevoelige ras reageert veel sterker op de intensievere schema’s. De schema’s met 2- of 3-behandelingen verhogen de opbrengst aanzienlijk tot 20%  t.o.v. onbehandeld. Het tolerante ras daarentegen heeft voldoende aan één goed geplaatste behandeling, om een goed financieel saldo te leveren. Daarbij blijkt één behandeling op het moment "aarshuiven" een zeer efficiënte strategie. In jaren met lage ziektedruk zal zo’n schema dan ook vaak economisch het meest optimale zijn.

De twee behandelingstijdstippen (voorlaatste blad + aarstadium) geeft de meest stabiele bescherming. Dit schema biedt betere beheersing van bruine roest en bladvlekkenziekte, zeker bij gevoelige rassen of in percelen met hogere infectiedruk. Drie behandelingen zijn enkel zinvol bij extreem gevoelige rassen of hoge roestdruk. Afgelopen seizoen leverde een behandelingsschema met drie tijdstippen doorgaans maar een beperkte meeropbrengst t.o.v. 2 behandelingen.

Proefomstandigheden