Door je bewust te zijn van het probleem en resistenties tijdig op te merken, kan je overmatig en ineffectief gebruik van herbiciden vermijden. Het testen van herbicidenresistentie is ook een cruciaal onderdeel van geïntegreerde onkruidbeheersing (Integrated Weed Management - IWM). Daarnaast neemt ook de noodzaak toe om alternatieven in te zetten, zoals mechanische en teelttechnische maatregelen. Zo wordt de afhankelijkheid van ineffectieve chemische herbiciden verminderd en kan verdere resistentieontwikkeling voorkomen worden.
Als bepaalde (gras)onkruiden overleven na een herbicidentoepassing, bekijk dan het volgende:
- Soortspecifieke selectiviteit: Worden er volgens het label van het handelsmiddel bepaalde soorten effectief bestreden, terwijl andere minder of niet?
- Herbicidengebruik in het verleden en gewasrotatie: Werd dezelfde mode of action (MoA) van een actieve stof herhaaldelijk gebruikt op het perceel? Is er een beperkte gewasrotatie op het perceel?
- Patroon van overlevende onkruiden: Is de verdeling van overlevende onkruiden volgens de spuitsporen, of komt het verspreid voor in plekken of individuele planten?
- Weersomstandigheden bij toepasisng: Waren het geschikte omstandigheden voor een goede werking van de middelen? Was er bijvoorbeeld neerslag meteen na toepassing, of was er voldoende bodemvocht in het geval van een vooropkomst behandeling?
- Timing van evaluatie: Was er voldoende tijd tussen de toepassing en de visuele controle, zodat het middel de tijd heeft gekregen om voldoende te werken en de onkruiden te doen afsterven.
Pleksgewijze resisentieopbouwADASBelangrijkste signalen van resistentie in een perceel:
Pleksgewijze resisentieopbouwADAS- Pleksgewijze overleving van onkruiden: Overlevende onkruiden die in plekken of clusters worden gevonden, eerder dan in een homogene strook doorheen het perceel, kan wijzen op gelocaliseerde resistentieopbouw. Als het in sporen voorkomt, wijst het eerder op een fout bij het toepassen van de middelen.
- Variabele soortenbestrijding: Sommige onkruidsoorten worden mogelijk effectief bestreden, terwijl andere blijven overleven. Dit kan wijzen op verschillen in gevoeligheid of opkomende resistentie.
- Geleidelijke resistentieontwikkeling: Herbicidenresistentie ontstaat meestal geleidelijk, waarbij de werking van het herbicide over meerdere seizoenen met herhaald gebruik steeds minder doeltreffend wordt. Wat versterkt wordt door een nauwe gewasrotatie, waarbij dezelfde chemische families jaar na jaar worden ingezet.

Dit onderzoek maakt deel uit van het project Grassweeds, medegefinancierd door het Initiatief voor Kleinschalige projecten van het Comité van de Kanaalzone aan de Noordzee door Provincie West-Vlaanderen (BE), Provincie-Oost-Vlaanderen (BE), Provincie Zeeland (NL), Département du Pas-de-Calais (FR), en Kent County Council (UK).

